De begroting is voor de gemeenteraad een belangrijk instrument om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de begroting geeft de raad aan wat hij het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken.
Deze begroting is voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje dat ieder moet kunnen volgen. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen met andere documenten uit de planning en control cyclus.
De planning en control cyclus
De planning en control cyclus bevat ieder jaar een aantal documenten die elkaar opvolgen.
- De kadernota/-brief vormt een uitwerking van de bestuurlijke agenda. Deze is koersbepalend met financiële en inhoudelijke kaders voor de daarop volgende begrotingsjaren.
- In de begroting worden de voornemens van de kadernota/-brief concreet gemaakt. De begroting is een wettelijk voorgeschreven product, waarmee de gemeenteraad het college toestemming geeft om uitgaven voor bepaalde doelen te doen.
- Na het vaststellen van de begroting geven bestuursrapportages een tussentijds overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van het beleid.
- De jaarstukken bieden tot slot verantwoording over het gevoerde beleid en het financiële beheer.
Schematisch ziet dit er als volgt uit.

De begroting en meerjarenraming
De raad stelt met de begroting de financiële en inhoudelijke kaders voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het Coalitieakkoord ‘Koersvast voor een krachtige samenleving’ voor de periode 2026-2030 vormt hiervoor het uitgangspunt.
De raad bepaalt welke maatschappelijke doelen en effecten de gemeente wil bereiken. Deze vertalen we naar concrete doelstellingen en activiteiten. De begroting maakt vervolgens inzichtelijk wat de gemeente daarvoor gaat doen en welke financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn.
Het overzicht laat de samenhang zien tussen de maatschappelijke doelen en de financiële vertaling daarvan. De maatschappelijke doelen uit het Coalitieakkoord vormen hierbij het vertrekpunt.

De begroting is het financiële huishoudboekje van de gemeente. Hierin staat hoeveel geld de gemeente het komende jaar ontvangt en uitgeeft. Ook laat de meerjarenraming zien hoe de financiën zich de jaren daarna ontwikkelen.
Naast het huishoudboekje heeft de gemeente ‘spaarpotjes’: de reserves. We vullen deze bijvoorbeeld met overschotten of sparen bewust voor toekomstige uitgaven. Zo kunnen we ook op langere termijn financiële ruimte houden voor belangrijke ontwikkelingen.
De gemeente zet haar geld in om de doelen uit het beleid te bereiken en maatschappelijke effecten voor inwoners te realiseren. Dit geldt zowel voor de uitgaven in de begroting als voor investeringen.
De begroting en meerjarenraming volgen de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV). Ook de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Provinciaal Beleidskader Financieel Toezicht geven belangrijke financiële kaders.
De opbouw van deze begroting gebruiken we ook voor de andere documenten in de planning- en controlcyclus, zoals de bestuursrapportages in 2027 en de jaarstukken over 2027.
Indeling en opbouw begroting
De begroting is opgebouwd volgens het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV). Na het voorwoord en de leeswijzer bestaat de begroting uit drie delen:
- het programmaplan, inclusief algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting (vpb) en onvoorzien;
- de paragrafen;
- de financiële begroting.
Het programmaplan en de paragrafen vormen samen de beleidsbegroting.
1. Programmaplan (programma’s)
Het programmaplan bevat zes programma’s met de gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten per beleidsterrein. De indeling ondersteunt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad en sluit aan bij het coalitieakkoord en de Toekomstvisie Neder-Betuwe 2050.
De programma’s zijn:
- Bestuur en dienstverlening
- Openbare orde en veiligheid
- Fysieke leefomgeving
- Economie
- Wmo, Jeugd en Participatiewet
- Onderwijs, Sport en Welzijn
Daarnaast zijn algemene dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien opgenomen.
Opbouw van de programma’s:
Ieder programma bevat een missie, de bijbehorende kaderstellende beleidsnota’s en drie ambities. De ambities beschrijven de bijdrage van het programma aan de drie opgaven uit de Toekomstvisie. Per ambitie wordt ingegaan op:
- Wat willen we bereiken? – de bestuurlijke doelstellingen uit het coalitieakkoord en vastgesteld beleid;
- Wat gaan we daarvoor doen? – de prestaties die nodig zijn om deze doelstellingen te realiseren;
- actuele ontwikkelingen.
In de bestuursrapportages en het jaarverslag legt het college hierover verantwoording af.
Per programma wordt daarnaast aangegeven welke verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen en welke actuele ontwikkelingen daar spelen. Ook wordt de vraag Wat mag het kosten? beantwoord. Op programmaniveau stelt de raad de budgetten beschikbaar. De verplichte beleidsindicatoren zijn eveneens opgenomen; waar informatie ontbreekt, is dit aangegeven.
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien
Dit onderdeel wijkt qua opbouw af van de beleidsprogramma’s, maar maakt financieel deel uit van de begroting. Het geeft inzicht in de beschikbare algemene dekkingsmiddelen en het verloop daarvan voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben geen vooraf bepaald bestedingsdoel.
2. Paragrafen
De begroting bevat negen paragrafen die inzicht geven in de financiële positie en een dwarsdoorsnede van de programma’s bieden vanuit thema’s met politieke of financiële risico’s. Centraal staat de vraag hoe de gemeente hiermee omgaat:
- Heffingen en leges
- Risicobeheersing en weerstandsvermogen
- Onderhoud van bezittingen en openbare ruimte
- Financiering en vermogenspositie
- Verbonden partijen
- Grondbeleid
- Bedrijfsvoering en kosten
- Klimaat en duurzaamheid
- Wet open overheid
3. Financiële begroting
De financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten, de financiële positie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.
Het overzicht van baten en lasten bevat de werkelijke baten en lasten van het vorige en lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het vormt daarmee een financiële samenvatting van Wat mag het kosten? uit de programma’s.
De uiteenzetting van de financiële positie bevat een verwachte balans en geeft inzicht in het verloop van reserves en voorzieningen en het EMU-saldo. Het EMU-saldo is het financieringssaldo van een overheid die deelneemt aan de Economische en Monetaire Unie.
Als bijlage is een overzicht opgenomen van de heroverwegingen en ombuigingen waartoe is besloten of wordt besloten.
