Visie en beleid ten aanzien van onze bedrijfsvoering
Het gemeentelijke takenpakket en de maatschappelijke opgaven veranderen voortdurend. Ontwikkelingen zoals de transformatie in het sociaal domein, de Omgevingswet, digitalisering en nieuwe eisen aan informatievoorziening en dienstverlening vragen voortdurend om aanpassing van onze organisatie en werkwijze. Tegelijkertijd zijn de financiële en personele mogelijkheden niet onbeperkt en moeten we daarom steeds bewuste keuzes maken in wat we doen en hoe we dit organiseren. We sluiten daarbij aan bij een overheid die inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners ruimte geeft om zelf initiatief te nemen en de kracht van de samenleving benut. De gemeente werkt steeds meer vanuit een faciliterende en samenwerkende rol, waarbij maatschappelijke opgaven centraal staan en we samen met inwoners en partners zoeken naar passende oplossingen.
Deze ontwikkeling stelt hoge eisen aan onze ambtelijke organisatie. We willen een professionele, wendbare en lerende organisatie zijn die haar medewerkers in staat stelt om verantwoordelijkheid te nemen, samen te werken en continu te verbeteren. In 2025 is daarom een organisatiebeeld opgesteld dat inzicht gaf in de ontwikkeling van de organisatie en de mogelijkheden om deze verder te versterken. In 2026 en 2027 bouwen we hierop voort door te werken aan duidelijke verantwoordelijkheden, professionele samenwerking, leiderschap, vakmanschap en een goede balans tussen ambities, beschikbare capaciteit en financiële mogelijkheden. Daarbij blijven we kritisch kijken naar onze processen en werkwijze en zoeken we naar mogelijkheden om het werk slimmer, eenvoudiger en effectiever te organiseren. Zo versterken we de basis van onze bedrijfsvoering en zorgen we ervoor dat de organisatie ook op langere termijn in staat is om de gemeentelijke opgaven en dienstverlening van voldoende kwaliteit te realiseren.
De organisatiestructuur
De organisatie staat onder algemene leiding van de gemeentesecretaris, die tevens algemeen directeur is. Per 1 september 2026 is de nieuwe organisatiestructuur ingevoerd, waarbij de voormalige pijlerstructuur is vervangen door een inrichting met directie en teams. De directie geeft integraal richting aan de organisatie en zorgt voor samenhang, prioritering en verbinding tussen de verschillende teams. De teams zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van hun taken en werken daarbij nauw samen wanneer maatschappelijke opgaven daarom vragen.
Met de nieuwe organisatiestructuur willen we een compacte, professionele en wendbare organisatie zijn met duidelijke verantwoordelijkheden, korte lijnen en ruimte voor eigenaarschap. In 2027 ligt de nadruk op het verder vormgeven en laten werken van de nieuwe structuur, waarbij we aandacht hebben voor samenwerking, onderlinge verbinding en een goede balans tussen verantwoordelijkheden en beschikbare capaciteit. We blijven investeren in een gezonde bestuurs- en organisatiecultuur waarin professionaliteit, samenwerking, resultaatgerichtheid, klantgerichtheid, integriteit en werkplezier centraal staan. We willen een betrouwbare en toegankelijke gemeente zijn voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarom werken we steeds meer opgavegericht en zoeken we actief de verbinding binnen de organisatie en met de samenleving en regionale partners. Signalen en feedback uit de samenleving gebruiken we om onze dienstverlening en werkwijze verder te verbeteren. Zo ontwikkelen we de organisatie verder tot een wendbare en lerende organisatie die in staat is om ook bij veranderende maatschappelijke en financiële omstandigheden goede dienstverlening te blijven leveren.
De medewerkers
Onze medewerkers bepalen samen de kracht en kwaliteit van onze organisatie. Daarom creëren we een professionele en veilige werkomgeving waarin ontwikkeling, betrokkenheid, vitaliteit en werkplezier samenkomen. We geven medewerkers verantwoordelijkheid en ruimte om hun talenten en vakmanschap in te zetten, zich voortdurend te ontwikkelen en bij te dragen aan de gezamenlijke opgaven. Leiderschap, vertrouwen, samenwerking en duidelijke verantwoordelijkheden vormen hierbij de basis.
In 2027 zetten we verder in op leren en ontwikkelen, persoonlijk eigenaarschap en duurzame inzetbaarheid. Medewerkers worden gestimuleerd om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling en actief kennis en ervaringen met elkaar te delen. We versterken leiderschap dat richting geeft, ruimte biedt en medewerkers ondersteunt in professioneel handelen en ontwikkeling. Daarbij besteden we aandacht aan integriteit, vakmanschap, vitaliteit en weerbaarheid, zodat medewerkers ook in een veranderende omgeving hun rol goed kunnen vervullen. De invoering van de nieuwe organisatiestructuur per 1 september 2026 vraagt daarnaast aandacht voor samenwerking, nieuwe verantwoordelijkheden en het verder ontwikkelen van de gewenste organisatiecultuur. Zo bouwen we verder aan een wendbare en lerende organisatie waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen en waarin we gezamenlijk blijven werken aan kwalitatief goede dienstverlening.
Doorontwikkeling van de organisatie
De gemeentelijke taken en maatschappelijke opgaven worden steeds omvangrijker en complexer. Tegelijkertijd hebben ontwikkelingen zoals digitalisering, de krappe arbeidsmarkt, datagedreven werken, veranderende verwachtingen van inwoners en beperkte financiële en personele middelen invloed op de manier waarop wij ons werk organiseren. Dit vraagt om een organisatie die flexibel kan inspelen op veranderingen, duidelijke keuzes maakt en de beschikbare capaciteit gericht inzet op de belangrijkste opgaven.
In 2025 heeft TwynstraGudde onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van onze organisatie. Op basis daarvan is besloten de organisatie te ontwikkelen van een sectorenmodel naar een directiemodel, omdat dit model beter aansluit bij de gewenste ontwikkeling van de organisatie en de bijbehorende cultuur. Per 1 september 2026 is de nieuwe organisatiestructuur ingevoerd. In 2027 richten we ons op het verder vormgeven en laten functioneren van deze structuur, met aandacht voor duidelijke verantwoordelijkheden, goede samenwerking en verbinding tussen teams. Tegelijkertijd versterken we het opgavegericht werken, zodat we over de grenzen van teams heen effectief kunnen samenwerken aan maatschappelijke opgaven. We blijven daarbij kritisch kijken naar onze werkwijzen en zoeken naar mogelijkheden om processen eenvoudiger, slimmer en efficiënter te organiseren. Zo bouwen we verder aan een wendbare en toekomstbestendige organisatie die in staat is om ook bij veranderende omstandigheden kwalitatief goede dienstverlening te blijven leveren.
Ontwikkeling omvang ambtelijke organisatie
In de begroting 2027 zijn de formatiewijzigingen uit de Kadernota 2026-2029 verwerkt. Daarnaast is rekening gehouden met de gevolgen van de nieuwe organisatiestructuur die per 1 september 2026 is ingevoerd. De totale formatie van de ambtelijke organisatie bedraagt hiermee 188,85 fte. Deze formatie vormt de basis voor de uitvoering van de wettelijke taken, de dienstverlening aan inwoners en ondernemers en het realiseren van de gemeentelijke ambities en maatschappelijke opgaven. Bij de verdere ontwikkeling van de organisatie blijven we aandacht houden voor een passende verhouding tussen ambities, beschikbare formatie, financiële mogelijkheden en benodigde deskundigheid.
Digitalisering, privacy en informatiebeveiliging
Digitalisering, privacy en informatiebeveiliging zijn steeds belangrijker voor een betrouwbare en goed functionerende gemeente. Inwoners, ondernemers, medewerkers en bestuurders moeten erop kunnen vertrouwen dat informatie beschikbaar, betrouwbaar en goed beveiligd is. Tegelijkertijd vraagt de schaal van onze gemeente om duidelijke keuzes in de ontwikkeling van onze informatievoorziening en om een goede balans tussen ambities, risico’s en beschikbare middelen. In 2027 richten we ons daarom op het verder versterken van de digitale basis en het vergroten van onze digitale weerbaarheid.
Daarbij hanteren we vier uitgangspunten. We zorgen voor een veilige informatieomgeving waarin persoonsgegevens en andere vertrouwelijke informatie worden beschermd tegen onbevoegde toegang. We zorgen voor continuïteit van de informatievoorziening en zijn voorbereid op verstoringen en calamiteiten, zodat essentiële informatie en systemen binnen de afgesproken termijn kunnen worden hersteld. We voldoen aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van onder meer privacy, informatiebeveiliging, archivering en informatiebeheer. Tot slot bieden we medewerkers betrouwbare en gebruiksvriendelijke informatievoorziening waarmee zij hun werkzaamheden effectief en efficiënt kunnen uitvoeren.
Om dit te realiseren versterken we het beheer en onderhoud van onze informatievoorziening en vergroten we het inzicht in applicaties, systemen, gegevens en bijbehorende risico’s. We werken aan verdere professionalisering van informatie- en applicatiebeheer en zorgen voor passende maatregelen voor back-up, herstel, continuïteit en incidenten. We ontwikkelen onze informatievoorziening beheerst door, waarbij investeringen en veranderingen worden afgewogen op basis van toegevoegde waarde, risico’s, wettelijke eisen en beschikbare middelen. We zetten verdere digitalisering in waar dit bijdraagt aan betere dienstverlening, efficiëntere processen en een betere informatiepositie, zonder daarbij menselijke maat en toegankelijkheid uit het oog te verliezen. In 2027 besteden we daarnaast aandacht aan de verdere ontwikkeling van verantwoord gebruik van nieuwe technologie en AI, met aandacht voor privacy, informatiebeveiliging, betrouwbaarheid en menselijke controle. We evalueren het Informatiebeleidsplan 2025-2027 en gebruiken de uitkomsten als basis voor de informatievoorziening en prioriteiten vanaf 2028. Zo zorgen we voor een betrouwbare, veilige en toekomstbestendige informatievoorziening die de organisatie en haar maatschappelijke opgaven ondersteunt.
Informatiebeveiliging en privacy (IB)
De digitale dreigingen nemen toe en raken ook gemeenten. Een betrouwbare informatievoorziening en een goede bescherming van persoonsgegevens zijn daarom belangrijke voorwaarden voor het functioneren van onze organisatie en voor het vertrouwen van inwoners, ondernemers en partners. Met ons informatiebeveiligings- en privacybeleid werken we continu aan het vergroten van onze digitale weerbaarheid en aan het zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens. Daarbij sluiten we aan bij de geldende wettelijke en landelijke kaders en werken we risicogericht aan het verder verbeteren van onze informatiebeveiliging en privacybescherming.
Informatiebeveiliging
De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) vormt de basis voor onze informatiebeveiliging. In 2027 richten we ons verder op de doorontwikkeling naar BIO2 en op de eisen die voortkomen uit de Europese NIS2-richtlijn en de vertaling daarvan naar de gemeentelijke praktijk. Dit betekent onder meer dat we aandacht blijven besteden aan risicomanagement, toegangsbeveiliging, beveiliging van systemen en gegevens, continuïteit en het tijdig signaleren en beheersen van incidenten. Onze digitale omgeving en gegevensopslag zijn beveiligd, maar volledige bescherming tegen cyberincidenten bestaat niet. Daarom investeren we niet alleen in preventie, maar ook in detectie, respons en herstel. De inzet van een gespecialiseerde cyber first responder biedt daarbij directe toegang tot deskundigheid wanneer sprake is van een mogelijke cyberaanval of ander ernstig beveiligingsincident. Ook de verdere ontwikkeling van onze digitale werkplek en ICT-infrastructuur draagt bij aan een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige informatievoorziening.
Daarnaast voeren we jaarlijks de ENSIA-verantwoording uit. Hiermee leggen we op een eenduidige manier verantwoording af over de informatiebeveiliging en voeren we zelfevaluaties uit op specifieke onderdelen, waaronder Suwinet en de op DigiD aangesloten webapplicaties. De uitkomsten gebruiken we om verbeterpunten gericht op te pakken en de informatiebeveiliging continu verder te versterken. Ook blijven we investeren in bewustwording en veilig gedrag van medewerkers, omdat technische maatregelen alleen effectief zijn wanneer medewerkers zich bewust zijn van digitale risico’s en hun verantwoordelijkheid daarin kennen.
Privacy
Informatiebeveiliging richt zich op de bescherming van informatie in brede zin, terwijl privacy specifiek gaat over de zorgvuldige verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Privacy en informatiebeveiliging zijn daarmee nauw met elkaar verbonden en vragen om een gezamenlijke en integrale aanpak. Het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens is niet alleen een wettelijke verplichting op grond van onder meer de AVG, maar ook een belangrijk onderdeel van betrouwbare dienstverlening en goed openbaar bestuur. Inwoners, ondernemers en andere betrokkenen moeten erop kunnen vertrouwen dat wij persoonsgegevens alleen verwerken wanneer daarvoor een rechtmatige grondslag bestaat, voor een duidelijk doel en met passende waarborgen.
In 2027 werken we verder aan het structureel verankeren van privacy in de dagelijkse praktijk. We bouwen voort op de vijf pijlers uit het privacyjaarplan: beleid, bewustwording, monitoring, privacy-instrumenten en beveiliging. We actualiseren waar nodig onze kaders en richtlijnen, vergroten de kennis en bewustwording van medewerkers en houden via het privacyjaarplan zicht op de voortgang. Ook zorgen we ervoor dat privacy-instrumenten, zoals DPIA's, registers en privacygerichte werkprocessen, op een praktische en uniforme manier binnen de organisatie worden toegepast. Daarbij blijven we de samenhang tussen privacy en informatiebeveiliging versterken.
Privacy en informatiebeveiliging zijn daarmee geen afzonderlijke onderwerpen die alleen bij de specialisten zijn belegd, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen de organisatie. In 2027 zetten we daarom verder in op het zichtbaar en werkbaar maken van privacy en informatiebeveiliging in de dagelijkse processen. Daarmee voldoen we aan onze wettelijke verplichtingen, beperken we risico's en versterken we het vertrouwen van inwoners en partners. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat de organisatie verantwoord kan blijven omgaan met nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals het gebruik van data en AI, en daarmee wendbaar en toekomstbestendig blijft.
Samenwerking in de regio
Om als zelfstandige gemeente slagvaardig en toekomstbestendig te kunnen blijven functioneren, is goede samenwerking met partners in de regio van groot belang. Door samen te werken binnen Rivierenland en Gelderland-Zuid kunnen we kennis en capaciteit bundelen, taken efficiënter uitvoeren en de kwaliteit van onze dienstverlening en beleidsuitvoering versterken. Regionale samenwerking is tegelijkertijd complex, omdat gezamenlijke sturing, duidelijke opdrachtformulering en goede afstemming nodig zijn. Ook bij gemeentegrens-overschrijdende opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en de aanpak van stikstof, is samenwerking noodzakelijk om tot effectieve resultaten te komen. Dit vraagt om een goede balans tussen de meerwaarde van samenwerking en de bestuurlijke en ambtelijke inzet die daarvoor nodig is.
In 2026 hebben we gewerkt aan een nieuwe strategie voor regionale samenwerking. In 2027 gebruiken we deze strategie als basis om bewuster en gerichter keuzes te maken over regionale samenwerking. We beoordelen daarbij steeds welke vorm van samenwerking het meeste bijdraagt aan onze maatschappelijke opgaven en welke rol de gemeente daarin het beste kan vervullen. Daarbij besteden we aandacht aan duidelijke verantwoordelijkheden, effectieve opdrachtverlening, bestuurlijke grip en een goede verhouding tussen inzet en resultaat. Ook versterken we onze netwerkgerichte manier van werken, waarbij we actief verbinding zoeken met gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en andere regionale partners. Zo willen we de voordelen van regionale samenwerking beter benutten en tegelijkertijd de bestuurlijke en ambtelijke drukte beheersbaar houden.
Meer over regionale samenwerking vindt u in begrotingsprogramma 1, in de beschrijvingen van onze verbonden partijen in de respectievelijke begrotingsprogramma's en in paragraaf 5 Verbonden partijen.
Doelmatigheid en doeltreffendheid
Op basis van de Onderzoekverordening 213a Neder-Betuwe 2019 onderzoeken we regelmatig de doelmatigheid en doeltreffendheid van ons beleid en onze bedrijfsvoering. Daarbij kijken we niet alleen naar de inzet van middelen en de behaalde resultaten, maar ook naar de manier waarop processen zijn ingericht en welke waarde deze opleveren voor inwoners, ondernemers, medewerkers en de organisatie. Op basis van de uitkomsten bepalen we waar verbetering mogelijk en wenselijk is en voeren we deze verbeteringen zoveel mogelijk direct door.
Onze aanpak is gericht op continu verbeteren en wijkt daarmee af van een traditioneel doelmatigheidsonderzoek dat wordt afgesloten met een afzonderlijk rapport van bevindingen en aanbevelingen. We werken met een praktische verbetercyclus: we signaleren knelpunten en verbetermogelijkheden, analyseren de oorzaken, bepalen concrete verbetermaatregelen, voeren deze uit en volgen vervolgens het effect daarvan. Daarbij kijken we nadrukkelijk vanuit de klantbeleving en streven we naar een zo doelmatig mogelijke inzet van mensen en middelen, met zo min mogelijk onnodige stappen en verspilling. Wanneer een onderwerp zich leent voor een uitgebreider of onafhankelijk onderzoek, kan hiervoor alsnog een afzonderlijk onderzoek worden uitgevoerd. Bij dergelijke onderzoeken wordt de Rekenkamer Neder-Betuwe geïnformeerd, conform de daarvoor geldende afspraken.
In 2027 zetten we deze werkwijze voort en bepalen we, mede op basis van de ontwikkelingen binnen de organisatie en de maatschappelijke en financiële opgaven, welke processen en onderwerpen prioriteit krijgen. Waar nodig sluiten onderzoeken aan bij de doelstellingen van het collegeprogramma en de ontwikkeling van de organisatie. De voortgang en resultaten van verbetertrajecten worden gevolgd en waar relevant opgenomen in de reguliere planning-en-controlcyclus. Zo draagt doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek bij aan een organisatie die continu leert, verbetert en de beschikbare middelen zo effectief mogelijk inzet.
Frauderisico’s
Wij zijn ons bewust van de risico’s op fraude en misbruik, zowel intern als extern, bij de uitvoering van gemeentelijke taken. De organisatie beschikt over een frauderisicoanalyse die inzicht geeft in de belangrijkste risico’s en kwetsbaarheden. Op basis hiervan besteden we gericht aandacht aan de inrichting van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB). Relevante geldstromen, processen en risico’s worden gedurende het jaar betrokken bij de reguliere interne controles. Wanneer risico’s of omstandigheden daarom vragen, worden beheersmaatregelen aangepast of aangescherpt.
Betrouwbaarheid en integriteit zijn belangrijke voorwaarden voor het vertrouwen van inwoners, ondernemers, medewerkers en andere belanghebbenden. Daarom beschikken we over verschillende maatregelen die bijdragen aan een integere en professionele organisatie. Medewerkers leggen bij indiensttreding de ambtseed of ambtsbelofte af en overleggen een verklaring omtrent het gedrag. Daarnaast gelden regelingen en gedragscodes voor onder meer integriteit, nevenwerkzaamheden en financiële belangen. Ook beschikken we over een regeling voor het melden van vermoedens van misstanden, een vertrouwenspersoon en mogelijkheden om signalen vertrouwelijk te melden. We stimuleren een open cultuur waarin medewerkers elkaar aanspreken op gedrag en waarin het veilig is om mogelijke misstanden aan de orde te stellen.
Onze financiële processen en systemen zijn ingericht met functiescheidingen en andere zogenoemde hard controls. Hiermee beperken we het risico dat één persoon zelfstandig verplichtingen kan aangaan, transacties kan autoriseren en verwerken en betalingen of andere financiële handelingen kan afwikkelen. De hard controls worden aangevuld met soft controls, zoals transparante besluitvorming, duidelijke verantwoordelijkheden, professioneel leiderschap, aanspreekbaarheid en een open organisatiecultuur. Tegelijkertijd erkennen we dat geen enkel beheersingssysteem alle risico’s kan uitsluiten, bijvoorbeeld bij het doorbreken van beheersmaatregelen door management of directie of bij samenspanning tussen medewerkers. Daarom blijven alertheid, periodieke controles, interne en externe toetsing en het tijdig opvolgen van signalen noodzakelijk.
Ook digitale dreigingen vormen een belangrijk onderdeel van ons frauderisicomanagement. Cyberaanvallen, ransomware, phishing en datalekken kunnen leiden tot financiële schade, verstoring van de dienstverlening en verlies of misbruik van informatie. Informatiebeveiliging en privacy hebben daarom een belangrijke plaats binnen onze interne beheersing. Tijdens de reguliere bedrijfsvoering vinden controles plaats op de naleving van gemaakte afspraken en beveiligingsmaatregelen. De security officer en privacy officer adviseren en toetsen vanuit hun deskundigheid en periodiek wordt de werking van relevante beheersmaatregelen intern en extern beoordeeld. Verbeterpunten uit deze controles, audits en incidenten gebruiken we om onze beheersing verder te versterken.
In 2027 blijven we de frauderisicoanalyse en de daarop gebaseerde beheersmaatregelen actualiseren, mede in relatie tot de ontwikkeling van de organisatie en veranderende digitale risico’s. Daarmee streven we naar een organisatie waarin risico’s tijdig worden herkend, medewerkers zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en beheersmaatregelen aantoonbaar bijdragen aan betrouwbare en zorgvuldige gemeentelijke bedrijfsvoering.
